Laat de ontspanning maar toe.

Elke cel van mijn wezen mag zich nu ontspannen.
Ik laat het toe.
Ik laat de ontspanning toe, om in elke cel van mijn wezen te komen.
Ik voel rust, vrede, het is goed zo.
Ik mag loslaten.
Alles wat niet langer meer dient.
Ik laat het los, ik laat het gaan.
Er ontstaat ruimte.
Een ruimte die zo groots is.
Er is niets in deze ruimte, alleen ruimte.
Er is adem, mijn in en uit ademing, heel bewust ervaar ik dit.
Verder is er niets.
Leegte.
Stilte.
Ik ben thuis; in mij zelf.